De maatregel is ingegeven door budgettaire en milieudoelstellingen en heeft geleid tot forse kritiek vanuit ondernemers, fiscalisten en de automotive sector. De vraag is dan ook of de voorgestelde wijziging nog wel aansluit bij de economische werkelijkheid en de uitgangspunten van een evenwichtige belastingheffing.
De cataloguswaarde als fiscale fictie
De aantrekkingskracht van de huidige youngtimerregeling zit in het feit dat de bijtelling wordt gebaseerd op de actuele waarde van de auto. Bij oudere auto’s ligt deze waarde vaak aanzienlijk lager dan de oorspronkelijke catalogusprijs.
Juist daardoor ontstaat een redelijke benadering van het werkelijke privévoordeel. Een ondernemer die een zestien jaar oude auto rijdt met een actuele waarde van 5.000 euro, ervaart een heel ander voordeel dan iemand die een nieuwe auto van 60.000 euro ter beschikking krijgt.
Met de voorgestelde verhoging van de leeftijdsgrens naar 25 jaar keert de wetgever voor een grote groep auto’s terug naar een systeem waarin belasting wordt geheven over een historische cataloguswaarde. In de praktijk heeft de auto vaak geen enkele relatie meer met de werkelijke economische waarde van de auto. Veel ondernemers ervaren dit als een stap terug.
De gevolgen zijn bovendien substantieel. Een auto met een cataloguswaarde van 30.000 euro en een actuele waarde van 5.000 euro kent onder de youngtimerregeling een jaarlijkse bijtelling van 1.750 euro. Onder de reguliere bijtellingsregels stijgt deze naar 6.600 euro. Voor veel ondernemers betekent dit een verdrievoudiging of zelfs verviervoudiging van de fiscale lasten.
Felle kritiek vanuit de markt
De aankondiging van de maatregel heeft geleid tot veel weerstand binnen het mkb. Vooral zzp’ers, dga’s en ondernemers die bewust kiezen voor een betrouwbare en betaalbare oudere auto voelen zich geraakt. Zij ervaren de wijziging als een forse lastenverzwaring zonder dat sprake is van een evenredig groter privévoordeel.
Daarnaast bestaat de vrees dat de markt voor youngtimers ernstig wordt verstoord. Auto’s tussen de 16 en 25 jaar oud hebben hun populariteit voor een belangrijk deel te danken aan het fiscale voordeel. Wanneer dit voordeel vervalt, verwachten marktpartijen een daling van de vraag en daarmee ook een waardedaling van veel voertuigen in deze categorie.
Ook het duurzaamheidsargument overtuigt niet iedereen. Ondernemers wijzen erop dat het langer gebruiken van bestaande auto’s bijdraagt aan duurzaamheid en circulariteit. De productie van nieuwe voertuigen zorgt immers ook voor een aanzienlijke milieubelasting. Voor veel ondernemers is een directe overstap naar elektrisch rijden bovendien praktisch of financieel niet haalbaar.
Tweede Kamer grijpt in
De maatschappelijke en economische bezwaren zijn ook politiek niet onopgemerkt gebleven. De Tweede Kamer heeft aangegeven geschrokken te zijn van de gevolgen van de maatregel en heeft het kabinet gevraagd alternatieven uit te werken voor de huidige wettelijke verhoging naar 25 jaar.
Daaruit zijn vier mogelijke scenario’s naar voren gekomen:
- permanente eerbiedigende werking voor auto’s die op 1 januari 2027 minimaal 16 jaar oud zijn
- tijdelijke eerbiedigende werking tot en met 2031
- handhaving van de leeftijdsgrens op 16 jaar
- een geleidelijke verhoging naar 25 jaar in verschillende stappen
Vooral de laatste twee varianten lijken op meer draagvlak vanuit de praktijk te kunnen rekenen. Zij voorkomen een abrupt fiscaal schokeffect en bieden ondernemers meer tijd om hun mobiliteitsbeleid aan te passen.
Hoe kunnen ondernemers reageren?
Ondanks de lopende politieke discussie is het verstandig om nu al voorbereidingen te treffen. Ondernemers die wachten tot definitieve besluitvorming lopen het risico belangrijke fiscale mogelijkheden mis te lopen.
1. Analyseer het huidige wagenpark
Breng in kaart welke auto’s binnen de onderneming momenteel gebruikmaken van de youngtimerregeling en bereken wat de fiscale gevolgen zijn wanneer in 2027 de reguliere bijtelling van toepassing wordt.
2. Heroverweeg de vermogensetikettering
Veel ondernemers hebben hun auto destijds tot het ondernemingsvermogen gerekend door het gunstige youngtimerregime. Door de aangekondigde wetswijziging kan die keuze anders uitpakken.
De Kennisgroep winstbepaling heeft aangegeven dat een wetswijziging onder bijzondere omstandigheden aanleiding kan geven voor heretikettering wanneer aannemelijk is dat onder de nieuwe regels een andere keuze zou zijn gemaakt. De bewijslast hiervoor ligt bij de ondernemer.
3. Vergelijk zakelijk en privébezit
Steeds vaker blijkt dat een privéauto met belastingvrije kilometervergoeding aantrekkelijker kan zijn dan een auto van de zaak waarop een hoge bijtelling rust.
Daarom is het verstandig meerdere scenario’s door te rekenen:
- auto zakelijk houden
- auto overhevelen naar privé
- vervanging door een andere gebruikte auto
- overstappen naar elektrisch rijden
4. Overweeg een oudere klassieker
Als de leeftijdsgrens echt naar 25 jaar gaat, blijven auto’s van 25 jaar en ouder in aanmerking komen voor de youngtimerregeling. Voor ondernemers die waarde hechten aan de regeling kan een echte klassieker daardoor opnieuw interessant worden.
5. Herzie arbeidsvoorwaarden
Werkgevers doen er verstandig aan om werknemers op tijd te informeren over eventuele stijgingen van de bijtelling. In sommige gevallen biedt een mobiliteitsvergoeding, car allowance of aangepaste autoregeling uitkomst.
Conclusie
De youngtimerregeling was nooit bedoeld als subsidie voor oldtimers, maar als een praktische manier om de fiscale waarde van oudere auto’s realistischer vast te stellen. De voorgenomen verhoging van de leeftijdsgrens naar 25 jaar leidt tot een fundamentele verschuiving van de youngtimerregeling. Hoewel het kabinet budgettaire opbrengsten en verduurzaming nastreeft, ervaren veel ondernemers de maatregel als onevenwichtig omdat deze opnieuw uitgaat van historische cataloguswaarden die geen relatie meer hebben met de actuele waarde van de auto.
Wie nu vooruitkijkt, kan voorkomen dat de youngtimerregeling in 2027 verandert van een fiscaal voordeel in een onaangename fiscale verrassing
Elise van den Breevaart, Belastingadviseur
De kritiek uit de markt heeft inmiddels geleid tot politieke heroverweging. Dat is terecht. Een geleidelijke afbouw of handhaving van de huidige leeftijdsgrens lijkt beter aan te sluiten bij de economische realiteit dan een abrupte verhoging naar 25 jaar. De verwachting is dat op Prinsjesdag 2026 de heroverweging concreter wordt.
Voor ondernemers ligt de uitdaging ondertussen vooral in het op tijd analyseren van hun wagenpark, het heroverwegen van de vermogensetikettering en het zorgvuldig vergelijken van alternatieve mobiliteitsoplossingen. Wie nu vooruitkijkt, kan voorkomen dat de youngtimerregeling in 2027 verandert van een fiscaal voordeel in een onaangename fiscale verrassing.